Hoe de horecasector ondanks groei worstelt met prijsdruk, een dalend waardeaandeel en stagnerende productiviteit.
De vraag naar horecadiensten ligt in 2024 hoger dan ooit, maar de sector weet dat potentieel op langere termijn maar gedeeltelijk om te zetten in waardecreatie. Tot 2016 nam het intermediair verbruik sneller toe dan de output. Hierdoor daalde het aandeel eigen toegevoegde waarde structureel, iets wat door sterkere prijsstijgingen deels werd opgevangen. Na 2016 floreert de toegevoegde waarde bij een stijgende output, maar zonder dat de verhouding echt herstelt. Die groei blijkt bovendien minder gunstig dan ze lijkt: ze komt vrijwel volledig voort uit een sterke toename van het aantal gewerkte uren. De productiviteit blijft sinds de breuk in 2015–2016 zo goed als stagneren. Daardoor draait de horeca op meer inspanning zonder meer efficiëntie, terwijl de sterke prijsstijgingen steeds minder ruimte bieden om margedruk door te rekenen aan de klant. Investeringen in vernieuwing en modernisering lijken dan ook onmisbaar om dit patroon te doorbreken.
Naar het dashboard macro-economische indicatoren